De Raad van Toezicht voor de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden stelt, gezien het bepaalde in de artikelen 9b en 26 Advocatenwet, de Stageverordening 1988 en de daarmee samenhangende richtlijnen van de Algemene Raad van de Nederlandse Orde van Advocaten, het navolgende reglement vast geldend voor de bij de Rechtbank ‘s-Gravenhage ingeschreven stagiaire: |
||
| I. | DEFINITIES | |
Art. 1 In dit reglement wordt verstaan onder:
|
||
| II. | PATRONAAT | |
Art. 2 Een advocaat kan patroon worden van een stagiaire, indien hij tenminste 7 jaar als zodanig is ingeschreven geweest op het tableau en daartoe goedkeuring verkreeg van de Raad als overeenkomstig artikel 4, lid 1 Stageverordening. Hij kan in dat geval patroon worden van maximaal twee stagiaires van wie slechts één buitenstagiaire, na daartoe toestemming te hebben verkregen van de Raad. Art. 3 Bij wijze van uitzondering kan onder bijzondere omstandigheden ontheffing worden verleend van het zevenjaars-vereiste ten aanzien van maximaal één stagiaire, die werkzaam is op het kantoor van de patroon aan wie ontheffing wordt verleend, alwaar bovendien nog tenminste één jurist werkzaam is die in het bezit is van een stageverklaring. Art. 4 |
||
| 4.1 | De Raad kan aan de goedkeuring van een patronaat voorwaarden verbinden en alvorens tot goedkeuring over te gaan de beoogde patroon horen. |
|
| 4.2 | Goedkeuring kan aan een beoogd patroon worden onthouden onder meer als deze naar het oordeel van de Raad op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop gebaseerde regelgeving, respectievelijk het gedrags- en/of tuchtrecht heeft gehandeld of handelt, dat er onvoldoende waarborgen zijn voor een goede invulling van het patronaat. |
|
| Art. 5 Ter beoordeling van het verzoek tot goedkeuring van het patronaat wordt aan de Raad afschrift overgelegd van de overeenkomst(en) betrekking hebbende op de rechtsverhouding tussen de stagiaire en de patroon dan wel diens kantoor. Elke eventuele tussentijdse wijziging van deze overeenkomst(en) behoeft voorafgaande goedkeuring van de Raad. |
||
| III. | BUITENPATRONAAT | |
Art. 6 Onverminderd de toepasselijkheid van de voorgaande artikelen gelden voor het buitenpatronaat als bedoeld in artikel 9b, lid 3 Advocatenwet de volgende aanvullende bepalingen. Art. 7 |
||
| 7.1 | Van de verplichting van de stagiaire bij een patroon kantoor te houden, wordt door de Raad slechts vrijstelling verleend, zonodig onder nader te stellen voorwaarden, indien naar het oordeel van de Raad een behoorlijke opleiding van en praktijkuitoefening door de stagiaire onder toezicht van een door de Raad goedgekeurde buitenpatroon verzekerd is. |
|
| 7.2 | De verleende vrijstelling wordt ingetrokken, indien blijkt dat aan de voorwaarden bij of krachtens dit reglement gesteld, niet meer wordt voldaan. De stage is in dat geval geschorst. |
|
| Art. 8 | ||
| 8.1 | De stagiaire die in aanmerking wenst te komen voor de vrijstelling van de verplichting bij de patroon kantoor te houden dient ten genoegen van de Raad overeenkomstig artikel 7 Stageverordening aan te tonen dat in voldoende mate is getracht een patroon te vinden bij wie hij kantoor kan houden. |
|
| 8.2 | Onder in voldoende mate trachten een patroon te vinden wordt tenminste verstaan dat de stagiaire minimaal tien sollicitatiebrieven met bijgevoegd een curriculum vitae aan verschillende potentiële (kantoren van) patroons heeft gezonden en gevolg heeft gegeven aan uitnodigingen om zijn sollicitatie te bespreken. De sollicitaties behoren niet tot het arrondissement ’s-Gravenhage beperkt te zijn gebleven, tenzij de stagiaire ten genoegen van de Raad kan aantonen dat hij voor de uitoefening van zijn praktijk is gebonden aan het arrondissement ’s-Gravenhage. |
|
| 8.3 | De Raad beoordeelt het schriftelijke vrijstellingsverzoek van de stagiaire ex artikel 9b, lid 3 e.v. Advocatenwet met inachtneming van de resultaten van de hiervoor genoemde sollicitatiepogingen alsmede het curriculum vitae. |
|
| Art. 9 | ||
| 9.1 | De stagiaire aan wie vrijstelling wordt verleend van de verplichting bij de patroon kantoor te houden, dient in beginsel zelf een voor de Raad van Toezicht aanvaardbare buitenpatroon bereid te vinden als zodanig op te treden. Deze buitenpatroon dient tenminste 7 jaar als advocaat ingeschreven te zijn; ontheffing ex artikel 4, lid 4 van de Stageverordening wordt met betrekking tot buitenpatronaten niet verleend. |
|
| 9.2 | Het kantoor van de buitenpatroon dient in beginsel gevestigd te zijn in dezelfde gemeente als waarin de betrokken stagiaire kantoor houdt. |
|
| 9.3 | De buitenstagiaire dient in zijn dagelijkse werkomgeving omringd te zijn door de (ook fysieke) aanwezigheid van tenminste één advocaat, althans één jurist met minimaal een stageverklaring als bedoeld in artikel 10 lid 2 van de Stageverordening 1988, die de stagiaire dagelijks begeleiden bij de praktijkuitoefening. |
|
| 9.4 | Op het kantoor waar de buitenstagiaire werkzaam zal zijn, mogen per advocaat of jurist die in het bezit is van een stageverklaring maximaal (inclusief de kandidaat-buitenstagiaire) twee stagiaires werkzaam zijn. |
|
| Art. 10 | ||
| 10.1 | De stagiaire dient aannemelijk te maken dat hij voor de duur van de stage voor de uitoefening van zijn praktijk gebruik kan maken van kantoorruimte in het kantoor van de in artikel 9 van dit reglement bedoelde advocaat of jurist, waarbij de stagiaire toegang heeft tot de communicatie- en informatievoorzieningen en gebruik kan maken van de diensten van het ondersteunend personeel op dat kantoor; daarbij mogen geen ruimtelijke of andere belemmeringen bestaan voor regelmatig persoonlijk contact tussen stagiaire en die advocaat en jurist. |
|
| 10.2 | De stagiaire treft zodanige voorzieningen, dat zijn kantoor gedurende de normale kantooruren bereikbaar is. Bij afwezigheid zorgt de stagiaire voor passende waarneming van zijn praktijk. |
|
| Art. 11 Desgevraagd leggen de stagiaire en zijn buitenpatroon aan de Raad een begeleidingsplan over waaruit blijkt op welke wijze zij zullen voldoen aan hun verplichtingen. Dit plan dient tenminste te voldoen aan hetgeen daaromtrent is neergelegd in Bijlage I bij dit reglement, tenzij de Raad met een ander plan akkoord gaat, hetgeen alleen het geval zal zijn indien dit andere plan aan de bedoeling van Bijlage I beantwoordt. |
||
| IV. | TAKEN PATROON | |
Art. 12 |
||
| 12.1 | De patroon ziet er op toe dat de verplichtingen, voortvloeiend uit dit reglement alsmede uit de Advocatenwet en de op deze wet gebaseerde verordeningen, worden nagekomen. |
|
| 12.2 | Met name de onderstaande gedeelten van de Richtlijn arbeidsvoorwaarden stagiaires (zie het geldende Vademecum) maken in dit verband integraal deel uit van dit Stagereglement:< |
|
| 12.3 | “De patroon c.q. het kantoor draagt zorg voor de nodige variatie in de door de stagiaire te behandelen zaken. Vroegtijdige specialisatie wordt vermeden voor zover zij ten koste zou gaan van de noodzakelijke algemene praktijkervaring. Het is verder van belang dat de stagiaire inzicht krijgt in de organisatorische en administratieve (boekhoudkundige) gang van zaken op een kantoor. |
|
| 12.4 | De stagiaire heeft recht op een behoorlijke begeleiding. Zijn patroon is voor overleg beschikbaar. Lopende zaken worden regelmatig met de stagiaire doorgenomen. Op zijn/haar verzoek krijgt de stagiaire een werkbeoordeling. Het kantoor bevordert in zijn algemeenheid dat de stagiaire wordt opgeleid tot een advocaat, die zelfstandig kan optreden. |
|
| 12.5 | De stagiaire wordt in de gelegenheid gesteld de door de Jonge Balie en de landelijke en plaatselijke Orden georganiseerde activiteiten en een redelijk aantal andere voor zijn opleiding nuttige activiteiten tijdens kantoortijd bij te wonen en voor te bereiden en wordt daartoe aangemoedigd door zijn patroon. Hieronder vallen met name het bijwonen en voorbereiden van de Beroepsopleiding advocatuur en andere verplichte opleidingsmaatregelen. In dit verband dient de stagiaire in de gelegenheid te worden gesteld bestuurslid van de Jonge Balie te worden of een andere functie binnen de balie te aanvaarden en die functie naar behoren te vervullen. De aan een en ander verbonden extra kosten en tijd komen, mits gebruikelijk en redelijk, voor rekening van de patroon c.q. het kantoor. Hiervan zijn uitgezonderd de cursuskosten van de Beroepsopleiding advocatuur, waarvoor geldt het bepaalde in artikel 11 laatste zin” (zie overige tekst Richtlijn in Vademecum Advocatuur). |
|
| 12.6 | Uitgangspunt ten aanzien van de stageperiode is, dat de patroon ervoor verantwoordelijk is dat de arbeids- en opleidingsomstandigheden van een stagiaire in overeenstemming zijn met de daarop van toepassing zijnde regelgeving, onder meer de Stageverordening, het Stagereglement, de regelgeving rondom de Beroepsopleiding advocatuur en VSO, de arbeidswetgeving, etc. Van een patroon wordt derhalve verwacht dat hij er op toeziet, dat een stagiaire in overeenstemming met die regelgeving de stageperiode kan doorlopen. In het kader van zijn toezichthoudende taak zal de Raad een patroon aanspreken, des nodig tuchtrechtelijk, op frequent en/of flagrant en/of anderszins ontoelaatbaar overtreden van één of meer bepalingen van die regelgeving, zulks zodra de Raad daarvan kennis krijgt. |
|
| Art. 13 | ||
| 13.1 | De patroon controleert en bespreekt in elk geval gedurende de eerste twee maanden dagelijks alle uitgaande correspondentie van de stagiaire en alle door de stagiaire opgestelde advies- en processtukken voordat deze worden verzonden, respectievelijk worden ingediend. Na afloop van deze periode neemt de patroon tenminste wekelijks alle daarvoor in aanmerking komende correspondentie en stukken met de stagiaire door. |
|
| 13.2 | Voorts bespreekt de patroon gedurende de eerste zes maanden van de stage tenminste éénmaal per week met de stagiaire de bij de stagiaire in behandeling zijnde zaken, terwijl de patroon tevens toeziet op de voortgang daarvan. Het tweede halfjaar vinden deze besprekingen tenminste éénmaal per maand plaats. |
|
| 13.3 | Na afloop van het eerste stagejaar vinden de besprekingen als bedoeld in de tweede alinea van dit artikel tenminste éénmaal per kwartaal plaats. Bespreking van de uitgaande correspondentie van de stagiaire en van de door de stagiaire opgestelde advies- en processtukken vindt in de in deze alinea bedoelde periode plaats voor zover dat nodig wordt geacht door de patroon en/of de stagiaire. |
|
| 13.4 | Op grond van artikel 5, lid 3 Stageverordening dient de patroon van een stagiaire éénmaal per jaar respectievelijk in geval van een patronaat over een buitenstagiaire of ondernemer-stagiaire éénmaal per zes maanden, aan de Raad schriftelijk verslag te doen omtrent het verloop van de stage. De patroon maakt voor de verslaglegging gebruik van een door de Raad toegezonden formulier, het zo genoemde patronaatsverslag, en zal de inhoud van ieder patronaatsverslag met de stagiaire bespreken en mede laten ondertekenen, voordat dit ter kennis van de Raad wordt gebracht. |
|
| V. | ARBEIDSVOORWAARDEN STAGIAIRES | |
Art. 14 |
||
| 14.1 | Ter beoordeling van de ten aanzien van de stagiaire geldende arbeidsvoorwaarden verlangt de Raad voorafgaande aan de beëdiging toezending van een afschrift van de overeenkomst(en) betrekking hebbende op de rechtsverhouding tussen de stagiaire en de patroon dan wel diens kantoor. Elke eventuele tussentijdse wijziging van deze overeenkomst(en) behoeft voorafgaande goedkeuring van de Raad. Daarbij geldt het volgende. |
|
| 14.2 | De contractuele verhouding tussen de stagiaire en de patroon dan wel diens kantoor dient tenminste te voldoen aan alle voorschriften, gesteld bij of krachtens de Advocatenwet en daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder de Richtlijn arbeidsvoorwaarden stagiaires zoals opgenomen in het geldende Vademecum. De Raad hecht er aan dat in de arbeidsovereenkomst tussen patroon en stagiaire wordt gerefereerd aan de toepasselijkheid van genoemde richtlijn. |
|
| 14.3 | De Raad verlangt een duidelijke regeling met betrekking tot de cursuskosten van de Beroepsopleiding advocatuur en gaat zonder meer akkoord met het beding dat de opleidingskosten voor rekening van de patroon of diens kantoor komen. |
|
| 14.4 | De mogelijkheid van tussentijdse opzegging van het tussen de stagiaire en de patroon c.q. diens kantoor gesloten contract is wat de Raad betreft slechts akkoord indien daaraan voorafgaand goedkeuring van de Raad als voorwaarde wordt gesteld, met een redelijke opzegtermijn. |
|
| 14.5 | Met betrekking tot concurrentiebedingen geldt dat een concurrentiebeding in beginsel niet is geoorloofd. Indien de stagiaire gaat werken op een kantoor dat gesitueerd is in een kleine gemeente (daaronder in ieder geval niet te begrijpen Den Haag, Delft, Leiden, Gouda, Alphen aan den Rijn en Zoetermeer en andere gemeenten met een inwonersaantal boven 70.000), kan de Raad goedkeuring verlenen aan een concurrentiebeding doch alleen voor zover in dit beding de periode is beperkt tot één jaar en de keuzevrijheid van cliënten niet in het geding is. |
|
| 14.6 | Met betrekking tot relatiebedingen hanteert de Raad als beleid dat relatiebedingen, inhoudende dat de stagiaire zich verbindt aan het einde van de stage geen relaties van het kantoor mee te nemen anders dan in onderling overleg waarbij de keuzevrijheid van cliënten als leidraad geldt, in het algemeen worden goedgekeurd, doch ook hier voor zover dit is beperkt tot één jaar na het einde van het dienstverband. |
|
| 14.7 | Boetebepalingen worden niet geoorloofd geacht. |
|
| 14.8 | Voldoet het met de stagiaire overeengekomene op één of meer van de hierboven genoemde punten niet tenminste aan de genoemde eisen, dan kan de Raad goedkeuring aan de beëdiging onthouden. |
|
| VI. | BIJZONDERE (FINANCIËLE) BEPALINGEN GELDEND VOOR DE ONDERNEMER-STAGIAIRE | |
Art. 15 Onverminderd de toepasselijkheid van de voorgaande artikelen gelden voor de ondernemer-stagiaire de volgende aanvullende bepalingen. |
||
| Art. 16 | ||
| 16.1 | De kandidaat ondernemer-stagiaire dient voorafgaande aan zijn beëdiging een begroting voor de eerste drie praktijkjaren ter goedkeuring aan de Raad over te leggen. Deze begroting dient een prognose en toelichting te bevatten op de te verwachten omzet voor het betreffende jaar. Uit deze toelichting moet blijken op welke feiten en omstandigheden de verwachting met betrekking tot de omvang van deze omzet is gebaseerd. |
|
| 16.2 | De begroting behoort voorts in te houden een volledig overzicht met specificatie van de kosten van de af te sluiten beroepsaansprakelijkheidsverzekering tot tenminste het minimaal verzekerd bedrag genoemd in de Verordening op de Beroepsaansprakelijkheidsverzekering, alsmede een arbeidsongeschiktheidsverzekering waarvan de hoogte van de uitkering is afgestemd op een bedrag ter grootte van het wettelijk minimumloon vermeerderd met de vaste praktijkkosten op jaarbasis. |
|
| Art. 17 De ondernemer-stagiaire dient gedurende de gehele stageperiode te kunnen beschikken over een vrij krediet of een liquide vermogen ter grootte van een jaar netto minimumloon, vermeerderd met het bedrag van de vaste praktijkkosten voor die periode, ongeacht of deze kosten kunnen worden bestreden uit de in die periode naar verwachting te realiseren ontvangsten, met een door de Raad vast te stellen minimum van, ten tijde van vaststelling van dit reglement, € 45.000,00. Stille verpanding van vorderingen uit de advocatenpraktijk als zekerheid voor dit krediet is niet toegestaan. Art. 18 De ondernemer-stagiaire dient ten genoegen van de Raad aan te tonen dat de verzekeringen bedoeld in artikel 16 zijn afgesloten althans vanaf datum beëdiging zullen aanvangen. Art. 19 De ondernemer-stagiaire dient aannemelijk te maken dat niet alleen een behoorlijke praktijkomvang mogelijk is, doch ook dat de te behandelen zaken de nodige diversiteit zullen vertonen nu de stage dient om de stagiaire in de stageperiode zodanig te vormen dat deze daarna over voldoende kennis en ervaring beschikt om geheel zelfstandig de advocatenpraktijk uit te kunnen oefenen. Art. 20 De ondernemer-stagiaire dient aannemelijk te maken dat hij voor de duur van de stageperiode kan beschikken over een behoorlijke praktijkhuisvesting alwaar tevens aanwezig moeten zijn voldoende handboeken en vakliteratuur. |
||
| VII. | OPLEIDING STAGIAIRE | |
Art. 21 |
||
| 21.1 | Krachtens het bepaalde in artikel 11 van de Stageverordening moet de stagiaire boven de door de Algemene Raad verplicht gestelde maatregelen (inhoudende het met goed gevolg afleggen van de Beroepsopleiding en het behalen van veertig opleidingspunten met het volgen van VSO- en/of VSO/PO-cursussen), vierendertig opleidingspunten behalen (globaal levert één inhoudelijk opleidingsuur één punt op) door: |
|
| a. | het bijwonen van tenminste twaalf door de Jonge Balie georganiseerde lezingen, de lezingen van het Haags Juridisch Genootschap daaronder begrepen. Degene die een beëdigingrekest heeft ingediend en een introductiebrief van de adjunct-secretaris heeft ontvangen mag deze lezingen ook volgen en daarmee behaalde punten kunnen meetellen in het kader van de opleiding van de stagiaire. Voor het verkrijgen van de stageverklaring tellen lezingen uitsluitend mee, als de deelnemer per lezing zijn handtekening voorafgaand aan en na afloop van de lezing op de daartoe bestemde lijst heeft gezet. Op schriftelijk verzoek van de stagiaire kunnen, zulks ter beoordeling van de Raad, twee te volgen lezingen worden gecompenseerd door één te geven lezing, op uitnodiging van de Jonge Balie of erkende onderwijsinstelling in de zin van de Verordening Permanente Opleiding. Op deze wijze kunnen maximaal 6 lezingen worden gecompenseerd. |
|
| b. | het volgen van drie door de Jonge Balie georganiseerde cursussen. Maximaal één daarvan kan worden gecompenseerd met een extra (dat wil zeggen boven de door de Algemene Raad verplicht gestelde VSO- en/of VSO/PO-cursussen) VSO- en/of VSO/PO-cursus dan wel een daarmee qua niveau en aantal dagdelen vergelijkbare cursus. Deelname aan een VSO- en/of VSO/PO-cursus dient te worden aangetoond door middel van toezending van een kopie van het deelnamebewijs aan de adjunct-secretaris. Maximaal één te volgen cursus kan worden gecompenseerd door één op uitnodiging van de Jonge Balie of hiervoor geduide erkende onderwijsinstelling te geven cursus. Vrijstelling van de verplichting een Jonge Balie cursus te volgen, wordt in beginsel slechts verleend indien de vervangende activiteit niet langer dan een jaar vóór de beëdiging is verricht of ná de beëdiging plaatsvindt. |
|
| c. | het eenmaal meedoen aan de jaarlijks door de Jonge Balie georganiseerde pleitoefeningen, tenzij inmiddels in een ander arrondissement aan deze dan wel naar het oordeel van de Raad vergelijkbare verplichting is voldaan. Deelneming aan de pleitoefening dient uiterlijk in het tweede jaar van de stage plaats te vinden, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden die naar het oordeel van de raad van toezicht een uitstel kunnen rechtvaardigen. Wanneer de jury het optreden in de pleitoefening als onvoldoende beoordeelt, zal de stagiaire de pleitoefening moeten herhalen ongeacht of dit een verlenging van de stage met zich meebrengt. Als bijkomende verplichting geldt het bijwonen als toehoorder van tenminste twee pleitoefeningen. |
|
| 21.2 | Eénmaal per jaar worden de pleitwedstrijden gehouden. Deelneming is slechts mogelijk voor stagiaires die in de pleitoefeningen tenminste als goed of zeer goed zijn beoordeeld en tot deelneming zijn uitgenodigd door de deken. Deelneming geeft recht op compensatie met één cursus als hiervoor bedoeld sub b. |
|
| 21.3 | De in een ander arrondissement behaalde plaatselijke opleidingspunten, te bepalen aan de hand van een verklaring ter zake van de adjunct-secretaris uit dat arrondissement, worden op schriftelijk verzoek van de stagiaire op de vierendertig te behalen punten in mindering gebracht. |
|
| 21.4 | Kopieën van het Certificaat Beroepsopleiding en de deelnamebewijzen dienen na ontvangst door de stagiaire aan de adjunct-secretaris te worden gezonden. |
|
| VIII. | OPTREDEN VAN DE STAGIAIRE IN RECHTE | |
Art. 22 De stagiaire zal in beginsel geen cliënten bijstaan bij mondelinge behandelingen ten overstaan van een rechterlijk of soortgelijk college dan nadat hij tenminste tweemaal pleidooien of mondelinge behandelingen van de patroon dan wel van een andere ervaren advocaat heeft bijgewoond. Art. 23 De Raad gaat bij beoordeling van de duur van de stagetijd als bedoeld in artikel 9b van de Advocatenwet uit van een volledig dienstverband gedurende 36 maanden in een 40-urige werkweek. De stagiaire is bevoegd in deeltijd werkzaam te zijn. Met toepassing van artikel 8 lid 2 Stageverordening 1988 stelt de Raad het minimum aantal uren dat de stagiaire per week de praktijk uitoefent vast op 24 binnen de regulier kantoortijd. De stageduur zal naar evenredigheid worden verlengd. Bij onderbreking van de stage vindt in beginsel verlenging van de stage plaats met de periode van onderbreking, behoudens in het geval van arbeidsongeschiktheid gedurende een periode van korter dan twee maanden. De stagiaire en de patroon zijn verplicht de Raad onmiddellijk van dergelijke afwezigheid in kennis te stellen. |
||
| IX. | EINDE STAGE/VERLENGING STAGEDUUR/DEELTIJD STAGE | |
Art. 24 |
||
| 24.1 | De stage eindigt niet dan nadat de Raad op grond van artikel 10, lid 1 van de Stageverordening heeft vastgesteld dat de stagiaire naar behoren de bij of krachtens de Stageverordening aan de stagiaire gestelde opleidingseisen heeft voldaan en tevens over voldoende praktijkervaring beschikt. In dat kader acht de Raad het noodzakelijk dat: |
|
| a. | de stagiaire tijdens de stage minstens vijf keer in rechte is opgetreden, terwijl de patroon tenminste één pleidooi of mondelinge behandeling heeft bijgewoond. Uitgangspunt is dat uitsluitend procedures op tegenspraak gelden als optreden in rechte. Optreden voor Europese Commissie, voor de NMa, arbitrale procedures alsmede bezwaar- en beroepsprocedures bij een overheidsinstantie kunnen mede gelden als optreden in rechte. |
|
| b. | de stagiaire tijdens de stage minstens tien processtukken heeft vervaardigd, met dien verstande dat, indien de stagiaire deze processtukken niet zelf volledig heeft vervaardigd, bij de helft daarvan volstaat dat hij een belangrijk aandeel daarin heeft gehad, mits het in die gevallen processtukken in een omvangrijke en/of ingewikkelde aangelegenheid betreft |
|
| c. | de stagiaire tijdens de stage ten minste op twee rechtsgebieden ervaring heeft opgedaan |
|
| d. | de stagiaire er naar het oordeel van de Raad blijk van heeft gegeven in staat te zijn zelfstandig naar behoren te handelen |
|
| e. | de stagiaire naar het oordeel van de Raad niet op zodanige wijze in strijd met de Advocatenwet en de daarop gebaseerde regelgeving respectievelijke het gedrags- en/of tuchtrecht handelt of heeft gehandeld zodat er onvoldoende waarborgen zijn voor een behoorlijke praktijkvoering. |
|
| 24.2 | De Raad is bevoegd om van de patroon en de stagiaire te verlangen ten genoegen van de Raad aan te tonen dat de stagiaire aan het voorgaande heeft voldaan. |
|
| Art. 25 | ||
| 25.1 | Indien de Raad van oordeel is dat de stagiaire niet heeft voldaan aan de op hem rustende opleidingsverplichtingen en/of niet beschikt over voldoende praktijkervaring, wordt de stage verlengd met een door de Raad te bepalen termijn waarbinnen de stagiaire alsnog aan de ontbrekende verplichtingen kan voldoen of de ontbrekende ervaring kan opdoen. |
|
| 25.2 | Indien de stagiaire naar het oordeel van de Raad na de verlenging hieraan nog steeds niet heeft voldaan, kan de stage, behoudens eventuele verdere verlenging, worden beëindigd zonder dat aan de stagiaire een stageverklaring wordt uitgereikt. |
|
| Art. 26 Indien een stagiaire een deel van de stage in het buitenland wenst te vervullen om aldaar als advocaat de praktijk uit te oefenen, leidt dit slechts niet tot een evenredige verlenging van de stageduur als de stagiaire eerst na het behalen van het certificaat Beroepsopleiding en het hebben voldaan aan de landelijke verplichting van het volgen van vier VSO-cursussen – zodat deze onvoorwaardelijk op het tableau kan worden ingeschreven – naar het buitenland vertrekt en aldaar materieel onder toezicht van een in Nederland op het tableau ingeschreven patroon werkt. Voorts dient in ieder geval aan de door de Raad opgelegde opleidingsverplichting van het éénmaal met goed gevolg deelnemen aan de pleitwedstrijden of -oefeningen te worden voldaan en dient aan de overige door de Raad opgelegde opleidingsverplichtingen pro rato te worden voldaan (pro rato wil zeggen: evenredig aan het aantal maanden stage in Nederland). Art. 27 |
||
| 27.1 | Indien een stagiaire na buiten de advocatuur werkzaam te zijn geweest zich weer laat inschrijven op het tableau kan hij schriftelijk een verzoek tot verkorting van zijn stage bij de Raad indienen. Bij beoordeling van dit verzoek wordt met de ervaring eerder opgedaan als (advocaat)stagiaire rekening gehouden, in die zin dat de ervaring in een volledig dienstverband opgedaan 0 tot en met 3 jaar voorafgaand aan de stagetijd, voor 100% meetelt 4 of 5 jaar voorafgaand aan de stagetijd, voor 75% meetelt 6 of 7 jaar voorafgaand aan de stagetijd, voor 50% meetelt 8 jaar en langer geleden in het geheel niet meetelt. |
|
| 27.2 | In het geval sprake is geweest van in deeltijd werkzaam zijn in de hiervoor genoemde jaren, telt de ervaring pro rato mee. |
|
| X. | SLOTBEPALINGEN | |
Art. 28 De Raad van Toezicht is bevoegd in afwijking van c.q. in aanvulling op dit reglement nadere regelen vast te stellen c.q. daarvan vrijstelling te verlenen. Art. 29 Het Stagereglement 2005 wordt hiermee ingetrokken. Dit Stagereglement vervangt het Stagereglement 2005 en kan worden aangehaald als het Stagereglement 2006. Aldus vastgesteld door de Raad van Toezicht voor de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden in zijn vergadering van 17 augustus 2006. BIJLAGE I HOOFDPUNTEN BEGELEIDINGSPLAN BUITENPATROON/STAGIAIRE Buitenpatroon: Een buitenpatroon, hierna verder: patroon, is tenminste 7 jaar advocaat en heeft een corresponderende praktijk met die van de stagiaire. Dit laatste hoeft niet te betekenen dat hetzelfde specialisme wordt uitgeoefend. De buitenpatroon moet wel een dusdanige praktijk en ervaring hebben, dat daarmee voldoende toezicht op en begeleiding bij de praktijkvoering van de stagiaire gewaarborgd is. Kantoren patroon en stagiaire: Patroon en stagiaire dienen kantoor te houden in hetzelfde arrondissement èn in dezelfde gemeente. De kantoren dienen zodanig ten opzichte van elkaar gelegen te zijn dat communicatie niet onnodig moeilijk wordt gemaakt. Contacten patroon/stagiaire: Eerste jaar: Tweemaal per week, waarvan tenminste éénmaal bij de stagiaire op kantoor. Tweede jaar: Eénmaal per week, waarvan tenminste elke twee weken éénmaal bij de stagiaire op kantoor. Derde jaar: Elke twee weken, waarvan tenminste éénmaal per maand bij de stagiaire op kantoor. Daarnaast (dus niet in plaats van) zo dikwijls als de omstandigheden dit nodig of wenselijk maken. De stagiaire zal geen cliënten bijstaan bij mondelinge behandelingen ten overstaan van een rechterlijk of soortgelijk college dan nadat hij tenminste tweemaal pleidooien of mondelinge behandelingen van de patroon dan wel van een andere ervaren advocaat heeft bijgewoond. De patroon zal tenminste tweemaal een pleidooi of mondelinge behandeling van de stagiaire bijwonen en kort daarna met de stagiaire bespreken. De stagiaire met een strafpraktijk zal niet deelnemen aan de piketdienst dan nadat hij aan de daarvoor geldende eisen heeft voldaan. Overige begeleiding: Gedurende het eerste half jaar dient in de praktijk van de stagiaire elk schriftelijk stuk (derhalve ook e-mailberichten) tevoren door de patroon gezien te worden voordat het verzonden kan worden. Gedurende de tweede helft van het eerste jaar dient elk stuk van enige betekenis door de patroon vooraf gezien te worden. Gedurende de gehele stage dienen stukken van enige betekenis, zoals inhoudelijke correspondentie, processtukken, contracten e.d. in elk geval ook achteraf door de patroon gezien te worden. Faciliteiten: Zowel de stagiaire als zijn patroon dienen over een goed gefaciliteerd kantoor te beschikken. waarin tenminste een computer, telefoon en fax aanwezig zijn en van waaruit een goede praktijk kan worden uitgeoefend. Een E-mail aansluiting wordt toegejuicht. De stagiaire dient een bibliotheek ter beschikking te hebben, hetzij binnen het eigen kantoor, hetzij elders maar dan op zodanige wijze dat deze bibliotheek eenvoudig bereikbaar is. Ook de bibliotheek van de patroon kan hiertoe dienen. Overig toezicht: De patroon dient erop toe te zien dat de stagiaire aan zijn verplichtingen voortvloeiend uit de Advocatenwet en de diverse verordeningen van de Nederlandse Orde van Advocaten voldoet, zoals de Boekhoudverordening, de Verordening op de Aansprakelijkheidsverzekering, enzovoorts. De patroon dient er tevens op toe te zien dat de stagiaire aan de opleidingsverplichtingen voldoet, zoals het volgen van de Beroepsopleiding Advocatuur, de door de Algemene Raad verplicht gestelde VSO-cursussen en de door de Raad verplicht gestelde opleidingsverplichtingen. De patroon bevordert tenslotte deelname aan overige onverplichte activiteiten binnen de balie. Rapportage: Onverminderd hetgeen in de Stageverordening en dit reglement met betrekking tot rapportage is opgenomen, dient de patroon in zijn rapportage onder meer aan alle hierboven genoemde onderwerpen aandacht te besteden. |
||