Colofon
Adverteren
Disclaimer
Contact
Abonnementen

|
Van de Rechtbank
Van de NOvA
VAN DE DEKEN
De afgelopen weken was ik toch wel blij dat ik deken in Den Haag ben en niet in Amsterdam. Vanuit Den Haag zwaai ik Hans van Veggel lof toe voor zijn optreden in de kwestie Moszkowicz. In ieder geval bepaalt ook deze zaak ons allemaal weer eens nadrukkelijk bij de kernwaarden van de advocatuur, te weten onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, vertrouwelijkheid, integriteit en publieke verantwoordelijkheid. Deze waarden vormen de basis van ons handelen. Eén van de ontwikkelingen waar ik in het bijzonder uw aandacht voor vraag behelst het bewaken en behouden van de kwaliteit en de deskundigheid van de advocaat enerzijds en anderzijds de vraag naar transparantie in de markt om het voor de rechtshulpzoekende, de cliënt, meer inzichtelijk te maken om tot de juiste keuze van een advocaat te komen. Zowel in het rapport van de Commissie Advocatuur als de reactie van het Kabinet op de aanbevelingen van de commissie is de vraag naar voren gekomen of er een registratie van rechtsgebieden (specialisaties) zou moeten komen, en aan welke voorwaarden voor registratie zou moeten worden voldaan. Welke rechtsgebieden zouden als een specialisme moeten worden aangemerkt? Moet de algemene praktijk ook als geregistreerd rechtsgebied worden aangemerkt? En moet er überhaupt een dergelijk register worden aangelegd? In het College van Afgevaardigden is al een tweetal malen uitvoerig over dit onderwerp gediscussieerd, en dat heeft er toe geleid dat er door de Algemene Raad een ledenraadpleging zal worden georganiseerd over dat onderwerp. In ons arrondissement staat die gepland op woensdag 4 april 2007 om 15.30 uur in Madurodam. In de dekencirculaire van 9 maart a.s. zult u daarover meer kunnen lezen. Ik roep u op om in grote getale te komen, omdat ik van mening ben dat het in deze discussie om belangrijke zaken gaat en uitgangspunten betreft die de kernwaarden van ons beroep raken.
De NMa heeft een consultatiedocument “Inventarisatie, vrije beroepen: advocatuur” opgesteld en daaraan een aantal vragen gekoppeld, met het verzoek aan de dekens in den lande daarop te antwoorden. De NMa geeft aan dat de consultatie bedoeld is om te kunnen beoordelen of en in hoeverre een aantal regels die voor alle advocaten in Nederland gelden (nog steeds) nodig zijn voor de goede uitoefening van het beroep van advocaat. Het consultatiedocument met de vragen kunt u hier lezen. De beantwoording van de vragen is onderwerp geweest op het winterberaad van uw Raad van Toezicht.
Na veertien jaar hoofdredacteurschap van “Aan de Orde” heeft mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, bekend en gevreesd als “U(w) dw.” besloten om zijn werkzaamheden als redactielid en hoofdredacteur te beëindigen. De balie is hem veel dank verschuldigd! Het is dan ook met veel spijt dat de Raad van Toezicht het verzoek van mr. Wiet van Utenhove heeft ingewilligd, maar is content met het feit dat een goede en jeugdige opvolger is gevonden in de persoon van mr. Hedda Schipper.
Het komende jaar zal niet alleen een jaar worden van fundamentele discussies, maar ook van gezamenlijke festiviteiten en activiteiten. Het motto van het Kabinet "samenwerken, samen leven" slaat zeker ook op de Haagse balie, waar naast hard werken ook feestvieren hoog in het vaandel staat. De Sluitingszittingsdagen zullen plaatsvinden op 21 en 22 juni a.s., en het jubileumcongres van de NOvA (55 jaar!) zal ook in Den Haag plaatsvinden en wel op 27 en 28 september 2007. Ik verzoek u die data alvast in uw agenda te reserveren. De contacten van de balie met de rechterlijke macht en het parket zijn van groot belang en dat zal weer blijken op de gecombineerde zitting, die dit jaar op 15 maart zal plaatsvinden. De pleitoefeningen en de pleitwedstrijden staan weer voor de deur, voor het welslagen waarvan ook de medewerking van de rechterlijke macht en het parket onmisbaar is. Ik roep u allen op om actief lid te zijn en te blijven van de (jonge) balie in ons arrondissement om er zo "samenwerken, samen feesten" van te kunnen maken.
Lineke M. Bruins, deken

VAN DE REDACTIE
Waarmee uw schrijver bijna 15 jaar geleden begon, eindigt hij nu: het baliebulletin zelve.
Heel erg moeilijk was het niet om eind 1992 Aan de Orde van de grond te tillen. Amsterdam, Breda en Maastricht waren al voorgegaan en konden dus als voorbeeld dienen. Wat voor ogen stond was een combinatie van dekencirculaire en een lokaal verlengde van het Advocatenblad.
Veertien jaargangen doorbladerende blijkt dat een indrukwekkend scala van Haagse auteurs bijdragen heeft geleverd. Voorbeelden noem ik niet want dan zouden de overigen tekort worden gedaan, maar ooit nog eens een bloemlezing uitgeven is misschien een idee voor een jubileumuitgave.
Voor zover ik mijn pen somtijds te diep in het vitriool heb gedoopt, bied ik mijn slachtoffers postuum verontschuldigingen aan, maar ik kan niet nalaten te constateren dat slechts een enkeling de moeite nam mij adequaat van repliek te dienen. Iets meer polemiek was welkom geweest, maar ik vrees dat het bulletin daar te slecht voor werd gelezen. De omschakeling van papier naar digitaal was een beslissing van de uitgever, de RvT. U zult mij daar niet over horen, temeer niet omdat thans zichtbaar is dat beide varianten zowel voor- als nadelen hebben.
In één opzet zijn wij niet helemaal geslaagd. “Het PvJ”, dat wil zeggen de Rechtbank, het Hof en het OM inclusief de griffies en de parketten, heeft ondanks een standing-invitation Aan de Orde nog steeds niet ontdekt als hèt medium voor het aan de balie verstrekken van die randinformatie die dienstig kan zijn aan optimalisering van de rechtspleging. De kopij die wordt aangeleverd beperkt zich veelal tot aan de balie gerichte directieven. “Haarlemmerolie” in de vorm van het bekendstellen van beleidsregels, organogrammen, aanbevelingen en bijvoorbeeld een compleet PvJ-Who-is-Who inclusief telefoon- en kamernummers en emailadressen, wordt helaas niet aangeboden. Hoe vaak ontstaan er immers niet misverstanden, louter op grond van onbekendheid met elkanders wensen, gebruiken en gewoonten? Misschien is het wijs alle PvJ-bewoners te laten weten dat zij zich met één druk op de knop (fkuiperes@haagseorde.nl) kosteloos kunnen abonneren op Aan de Orde en zodoende een kijkje in onze keuken kunnen nemen.
Tot besluit mijn oprechte dank aan alle huidige en voormalige redacteuren, secretaressen van het Bureau en Jonge Balie-besturen voor de niet-aflatende ijver waarmee zij telkens weer vijf edities per jaar van de pers - en sinds 2005 van het scherm - hebben laten rollen. Het was dik in orde!
Van U(w) dw.

VAN DE RAAD
In april 1993 zag het eerste exemplaar van “Aan de Orde” het licht. Op initiatief van de toenmalige deken Jan Schaafsma werden mr. L.Ph.J. baron van Utenhove samen met de toenmalige adjunct-secretaris Nana le Brun verzocht om zijn idee voor een bulletin te verwezenlijken. Mr. Brant Wubs schreef als eerste deken het voorwoord. De redactie bestond toen uit mr. L.Ph.J. baron van Utenhove (hoofdredacteur), mr. drs. B. Kloppert, mr. D.J.A. van den Berg en mr. N.J.M. le Brun-van Susante. In het eerste nummer afficheert de hoofdredacteur zich door te ondertekenen met “van U(w) dw”. En dat is zo gebleven. Zijn scherpe, niet van humor verstoken en soms vileine pen wordt een niet meer weg te denken fenomeen. De redactie heeft inmiddels een andere samenstelling, maar de hoofdredacteur bleef en dat heeft er vast en zeker toe bijgedragen dat de continuïteit en de kwaliteit gehandhaafd bleven. De balie is hem veel dank verschuldigd en ook de Raad van Toezicht als uitgever dankt hem voor zijn grote inzet, nu hij verzocht heeft hem met ingang van 2007 ontslag te verlenen als redactielid en hoofdredacteur. Dat ontslag is hem eervol verleend. Mr. Hedda Schipper is bereid gebleken om het hoofdredacteurschap van hem over te nemen. De Raad van Toezicht is haar daar zeer erkentelijk voor. Er wordt inmiddels nagedacht over de vraag of Aan de Orde in de huidige vorm moet blijven bestaan dan wel of enige vernieuwing wenselijk is. Zo kan de vraag gesteld worden of naast de digitale vorm ook nog een papieren editie moet worden overwogen. Uw mening daarover wordt zeer op prijs gesteld. Nu mr. Van Utenhove geen hoofdredacteur meer is, kunt u - gevaarloos - uw mening over zijn hoofdredacteurschap en over “Aan de Orde” zelf, eventueel voorzien van suggesties, mailen aan fkuiperes@haagseorde.nl.
Namens de Raad van Toezicht (uitgever van Aan de Orde), Lineke M. Bruins

VAN DE RECHTBANK
Nieuwe directeur bedrijfsvoering
Per 1 februari 2007 is bij koninklijk besluit tot directeur bedrijfsvoering - en daarmee tot lid van het bestuur - van de Haagse rechtbank benoemd de heer J.T.C. Buddendijk mpa, tot dan toe directeur bedrijfsvoering van de rechtbank Maastricht. De heer Buddendijk is de opvolger van de heer H.R. Rodenburg, die met ingang van 1 januari 2007 is benoemd tot directeur bedrijfsvoering van de rechtbank Dordrecht.
H.F.M. Hofhuis, president
Aanhoudingenbeleid
De strafsector van de rechtbank vraagt uw aandacht voor het volgende.
Sinds jaar en dag probeert de rechtbank het aantal aanhoudingen van zaken zoveel mogelijk te beperken, omdat aanhouding de afdoening van de zaak vertraagt en veel extra werk meebrengt. Er worden in de rechtbank Den Haag wekelijks ongeveer 33 politierechterzittingen gehouden. Als op iedere zitting een zaak wordt aangehouden, betekent dit dat voor de aangehouden zaken uit één week twee nieuwe zittingen nodig zijn. Het aantal aanhoudingen neemt de laatste tijd weer toe. De rechtbank heeft daarom besloten het Landelijke aanhoudingenprotocol in strafzaken strikt te gaan toepassen. Dit protocol is te vinden op rechtspraak.nl. Voor de raadslieden is in het bijzonder het volgende gedeelte uit protocol van belang:
Wanneer een raadsman voorziet dat hij niet ter terechtzitting aanwezig kan zijn, dient hij voor vervanging te zorgen. Dit geldt ook voor raadslieden met een eenmanskantoor. Een en ander ligt alleen anders als het een gecompliceerde zaak betreft of wanneer de raadsman een specifieke, in deze zaak benodigde deskundigheid bezit. In ieder geval wordt geen uitstel wegens verhindering van de raadsman verleend:
indien uit het dossier blijkt dat de zittingsdatum in overleg met de raadsman is vastgesteld, dan wel dat de raadsman in de gelegenheid is geweest te reageren op een tijdig kenbaar gemaakte, voorgenomen zittingsdatum en tijdstip;
indien blijkt, dat de verhindering bij de raadsman al bekend was ten tijde van het accepteren van de zaak.
Bij verhindering van de raadsman moet de verhindering voldoende dringend en aannemelijk zijn. De aannemelijkheid wordt aangenomen op grond van de mededeling van verhindering. De dringendheid moet wel getoetst worden. Voor de verhindering als gevolg van andere zittingen geldt in het algemeen:
de zitting gaat voor verlengingen gevangenhouding en rc-verhoren;
preventieve zaken gaan voor niet preventieve zaken;
de eerder bepaalde zitting gaat voor de later bepaalde zitting.
Een aanhoudingsverzoek wordt (dus; zie hierboven) niet gehonoreerd omdat de verdachte te laat een raadsman heeft ingeschakeld of te laat van raadsman is gewisseld. De desbetreffende advocaat wordt voor de aanvang van de behandeling van de zaak in de gelegenheid gesteld het dossier in te zien. De geplande zitting gaat in ieder geval door. Of de desbetreffende zaak dan inhoudelijk wordt behandeld, wordt op de zitting beslist.
De rechtbank vraagt uw begrip en medewerking bij haar streven.
Voorts is de rechtbank steeds in overleg met het parket om de appointering van de zittingen te verbeteren, om uitloop en daarmee wachttijd voor de raadsman en andere betrokkenen zoveel mogelijk te voorkomen. Bij de zogeheten PR-snelrechtzittingen (vanaf 1 januari 2007 PR-weekdienst geheten) is daarin al veel vooruitgang geboekt. Thans zijn de gewone PR-zittingen voorwerp van overleg.
Kennisneming van processtukken
In artikel 39 Wetboek van Strafvordering is geregeld dat de bevoegde autoriteiten op de hoogte worden gesteld van het feit dat door of namens de verdachte een raadsman is gekozen. De kennisgeving moet schriftelijk geschieden door middel van een ‘stelbrief’. In de praktijk is het gebruikelijk dat ook de raadsman die door de Raad voor Rechtsbijstand is toegevoegd een stelbrief aan de griffier zendt. De stelbrief wordt na ontvangst ter griffie ingevoerd in het registratiesysteem en bewaard. De raadsman ontvangt hiervan geen bevestiging. Op het moment dat de griffie van de strafsector van de rechtbank ’s-Gravenhage van het OM de processtukken ontvangt, dit gebeurt ongeveer drie à vier weken voor de zittingsdatum, zendt de griffie aan de raadslieden die zich gesteld hebben een afschrift van de processtukken. De rechtbank is in dit opzicht sterk afhankelijk van de aanlevering door het OM. Mocht de raadsman twee weken voor de zittingsdatum nog niets van de griffie van de rechtbank hebben vernomen, dan kan hij informeren naar de stand van zaken via telefoonnummer 070-3813356/070-3812254. Wanneer het OM stukken nazendt, zoals bijvoorbeeld reclasseringsrapportage, dan zendt het OM van deze stukken een afschrift aan de raadsman.
Verzending van een afschrift van de processtukken vindt alleen plaats wanneer een raadsman zich uiterlijk acht dagen vóór de zitting heeft gesteld. Na deze achtdagentermijn heeft de raadsman nog de mogelijkheid om de processtukken (op afspraak) bij de Centrale Balie in te zien. Hiertoe moet eerst een afspraak worden gemaakt met de griffie via telefoonnummer 070-3813356/070-3812254. In het uiterste geval bestaat er ook altijd nog de mogelijkheid om de processtukken op de zittingsdag voor aanvang van de zitting in te zien. Het is verstandig hierover tijdig te overleggen met de bode, die de rechter zal verzoeken het dossier tijdelijk ten behoeve van de inzage af te staan.

VAN DE HOGE RAAD
Met enige regelmaat komt het voor dat de processtukken in de bij de Hoge Raad aangeleverde civiele procesdossiers voorzien zijn van (persoonlijke) aantekeningen en arceringen, die daarin in de loop van het geding zijn aangebracht. Het behoeft geen betoog dat de Hoge Raad geen kennis behoort te nemen van opmerkingen of accentueringen die slechts in een der dossiers voorkomen. De te fourneren dossiers behoren daarom (zoveel als mogelijk is) geschoond te zijn.
Mr. E.J. Numann, rolraadsheer

VAN DE NOvA
Veranderingen in de Beroepsopleiding per voorjaarscyclus 2007
Per maart 2007 zal een aantal wijzigingen in de Beroepsopleiding worden doorgevoerd. Hierna staan de belangrijkste wijzigingen op een rij. De veranderingen gelden voor elke advocaat-stagiaire die start per voorjaarscyclus 2007:
De cursusdagen vergen meer zelfstudie en voorbereiding van de stagiaire;
de stof in de cursusboeken is het uitgangspunt voor de toets;
het accent komt op de vaardigheden te liggen
|
- een extra dag basiscommunicatie; |
|
- meer ruimte voor oefeningen; |
|
- afsluitend individueel stagiaire adviesgesprek Praktijkleer; |
een extra onderdeel Gedragsrecht wordt opgenomen in combinatie met Intervisie;
het cursusonderdeel Belastingrecht zakt door naar de Voortgezette Stagiaire Opleiding;
het cursusonderdeel Jaarrekeninglezen gaat van twee cursusdagen naar één dag;
geen vrijstelling meer voor het onderwijs voor het onderdeel Praktijkleer;
behoudens uitzonderingsgevallen geen vrijstelling meer voor de toetsen;
de toetsen worden strikter nagekeken;
de eerste twee toetsen (per onderdeel volgen verplicht direct op het onderwijs;
per cursusonderdeel zijn slechts twee herexamens mogelijk (dat wil zeggen ten aanzien van de examens: 'three strikes and you are out');
de 'terme de grâce' bij het doen van toetsen tijdens schrapping (artikel 14 lid 4 Stageverordening) zal gemotiveerd moeten worden aangevraagd bij de Algemene Raad.
De regel dat de stagiaire verplicht is deel te nemen aan de eerste cursuscyclus die na zijn inschrijving start, blijft geldend. Voor de stagiaires die per voorjaarscyclus 2007 beginnen is nieuw dat wanneer zij niet voldoen aan deze regel en met een latere cyclus starten, één van de drie examenkansen vervalt.
Voor het onderdeel Belastingrecht geldt dat iedere stagiaire die met de Beroepsopleiding is gestart vóór de voorjaarscyclus 2007 (dus tot en met de najaarscyclus 2006) nog het onderwijs dient te volgen én de toets in dit onderdeel met goed gevolg dient af te leggen. Dit is óók het geval als het onderwijs ingehaald moet worden óf de toets herkanst dient te worden. Er zal dus niet op enig moment een generaal pardon worden gegeven en het zal dus niet mogelijk zijn dat een stagiaire die vóór de voorjaarscyclus 2007 is gestart met de Beroepsopleiding de toets niet met goed gevolg behoeft af te leggen.
Nadere informatie: Advocatenblad nrs. 8 (blz. 386), 14 (blz. 704) en 15 (blz. 749).
Voor vragen: telefoonnummer: 070 – 335 35 55 (van 9.00 uur tot 12.00 uur) en e-mail: opl@advocatenorde.nl.

KKO DEN HAAG
De vereniging Kleine Kantoren Overleg Den Haag (KKO), vergadert op 16 maart 2007 weer op het kantoor van Martens Van Basten Batenburg Advocaten, Bezuidenhoutseweg 241, vanaf 16.00 uur. De vereniging KKO behartigt de belangen van kleine advocatenkantoren in het arrondissement Den Haag. Het lidmaatschap staat open voor advocaten die de praktijk hetzij alleen, hetzij in een kleiner verband uitoefenen. Het thema van de komende bijeenkomst is intervisie (in het kader van de kwaliteitsstandaard 2007). De leden zullen in workshops experimenteren met intervisie. De bijeenkomst is toegankelijk voor de leden van KKO. Bent u nog geen lid, maar wel geïnteresseerd, laat dat dan weten aan Nico Roodenburg, secretaris KKO of via info@kkodenhaag.nl.
Bas Martens, voorzitter KKO

ALS DE DAG VAN TOEN
Ruim honderd Haagse advocaten staan al dertig jaar of langer op het tableau. Zij dragen een schat aan verhalen over ons vak met zich mee. De redactie heeft hen verzocht die op te schrijven opdat ze niet in het spreekwoordelijke vergeetboek terecht komen. In dit nummer komt mr. E.M. Enschedé, beëdigd in 1965, aan het woord die vertelt over zijn begintijd in de advocatuur.
Augustus 1965: na een buitenlands studiejaar met de ‘Maasdam’ terug uit de V.S. Het thuisfront had het sollicitatiegesprek al voorbereid, twee dagen later thuis bij de in jaren oudste compagnon. Hij mocht kennelijk alleen beslissen en tien dagen later kon ik beginnen bij het kantoor op de Koninginnegracht: zes fameuze partners, twee derdejaars stagiaires. Acht maanden later waren de stagiaires vertrokken; ik was oudste stagiaire en medewerker. Gelukkig kwamen er snel meer bij en werd het toch nog gezellig.
We deden letterlijk alles: echtscheidingen, huurrecht, arbeidsrecht, strafzaken, militaire strafzaken, faillissementen, en we vonden ook dat we alles konden. Dat werd ons door de ouderen aangepraat. Visser van IJzendoorn zei eens tijdens een voor stagiaires verplichte lezing: krijg je een zaak over een onderwerp waar je niets van weet, dan krom je de rug maar eens, want alleen zo bouw je wat op. Een cliënt die met een nieuw, mij niet vertrouwd probleem kwam, kreeg te horen: ‘belt u mij vanavond terug, dan ben ik expert’. Maar de hulpvaardigheid oversteeg de kantoorgrens: je kon met vragen bij vele beroepsgenoten terecht.
De salarisstructuur prikkelde onze ondernemingsgeest. Nu komt dat nauwelijks meer voor: een vrij laag vast salaris, maar je mocht driekwart van de honoraria die je op je ‘eigen’ zaken verdiende houden. Andere kantoren hadden soortgelijke beloningsystemen. De Haagse balie was minder dan half zo groot als nu, ook door de verplichte maar gezellige wekelijkse Jonge Balie borrel kenden we onze tijdgenoten op andere kantoren, aan de Koninginnegracht, in de Denneweg, in de Jan van Nassaustraat, in de Nassaulaan, we speelden elkaar de bal toe en we bouwden van dag één aan ons netwerk. Werd je uiteindelijk, sneller dan tegenwoordig, partner, dan was dat voor sommigen een lelijke financiële aderlating: je eigen praktijk ging dan uiteraard in ‘de pot’ en je moest bedrijfskapitaal opbouwen zodat de toegestane maandelijkse opname in vergelijking met de tijd van eigen ondernemerschap soms gevoelig omlaag ging.
Op de Nieuwe Uitleg zetelde de Krijgsraad te Velde West. Als jong advocaat kreeg je af een toe ‘de zitting’, wat betekende dat je in alle zaken van de zitting werd toegevoegd maar met een maximum van vier. Toen ik op een ochtend in de zestiger jaren met mijn vier dossiers binnenstapte waren er op het laatste moment twee beklaagden bijgekomen die bij nader inzien toch een raadsman wensten. De President maakte een uitzondering: ik werd ook aan de nummers vijf en zes toegevoegd, las snel de dossiers, kreeg tijd om met de nieuwe cliënten te spreken en zo had ik op een dag zes afgewerkte zaken en bijna een verdubbeling van het maandsalaris: genoeg voor een borrel voor vrienden, magen en verwanten!
We hadden in die vroege jaren niet het gevoel dat we werknemers van het kantoor waren. We beweerden zelfs - ook tegen de Belastingdienst! - dat ondergeschiktheid zich niet verdroeg met de hoedanigheid van advocaat die immers slechts verantwoording aan zijn eigen cliënten verschuldigd is. Ik herinner mij onze verbazing toen later - ik was inmiddels partner - een medewerker wel eens wilde weten op hoeveel vakantiedagen hij eigenlijk recht had. Wij antwoordden: als je het tegenover je cliënten kunt verantwoorden om weg te gaan en als je met je collega’s behoorlijke afspraken over je vervanging - je ‘testament’ - hebt kunnen maken, dan ga je toch met vakantie als je daar zin in hebt? Wat wil je dan nog van ons weten? Maar de tijdgeest was al te ver voortgeschreden: hij heeft zijn toezegging gekregen.
Tijdschrijven bestond aanvankelijk in het geheel niet en werd door sommigen als een twijfelachtige nieuwerwetsigheid beschouwt. ‘Belang van de zaak’ en draagkracht’ waren veeleer sleutelwoorden. We declareerden ook door het dossier letterlijk te wegen op de hand. Later heb ik de oude manier van declareren wel eens met de nieuwe vergeleken; de verschillen waren niet bijster groot.
Tijdens de dagelijkse ochtendkoffie, in de bibliotheek, werd op hoog niveau en zonder tijdklem over dossiers gesproken. Aan de lange zijde van de rechthoekige tafel had iedere partner zijn vaste plaats; de stagiaires en medewerkers vonden aan de korte einden een plaats. Ook tussen de partners onderling ging het in ons bijzijn soms hard toe; ik herinner me hoe de oudste partner een maar weinig jongere kantoorgenoot, hoogleraar en later lid van de Hoge Raad de juridische mantel uitveegde zoals ik dat zelden heb gehoord. De ontvanger van deze wind van voren was gelukkig een vriendelijk en tolerant man, dus het liep allemaal goed af. Nee, ik noem geen namen.
Maar het meest bleef mij bij hoe men in die tijd het ‘nobile officium’ en het persoonlijk fatsoen tegen de commercie placht af te wegen. Twee voorbeelden. We kregen een cassatietoevoeging over een jongetje dat door een vrachtauto vreselijk was verminkt, maar de vrachtauto ging volgens het Hof vrijuit. De zaak leek zo feitelijk als wat, maar twee partners wonden zich zo op over de zaak dat zij samen bijna de volle cassatie termijn van drie maanden aan het sterkst mogelijke middel hebben gewerkt en de overwinning voor de poorten van de hel hebben weggesleept (HR 26 maart 1971, NJ 1971/262). Het kantoorinkomen was duidelijk minder dat jaar, maar dat was ‘all in the game’. En van nog iets eerder, kort voor mijn begintijd in de advocatuur, is het verhaal van de persoonlijke moeilijkheden tussen twee partners, waarbij het gelijk duidelijk bij partner A lag maar partner B een grote naam had en een van de ‘moneymakers’ van kantoor was. De andere partners aarzelden echter geen moment: zij hebben partner B heengezonden.
Nee, ik noem nog steeds geen namen.
E.M. Enschedé

PEREMPTOIR GESTELD
Peremptoir gesteld … en nu? Ik krijg in ieder geval – helaas – geen uitstel. Om een idee te krijgen wat nou precies de bedoeling is, pak ik er een paar oude "Aan de Orde's" bij. Ik lees een aantal verhalen met ervaringen van over het algemeen toch wat "oudere" advocaten. Collegae die schrijven over de combinatie van het moederschap en de advocatuur en confrères die gebaseerd op jarenlange ervaring de rechterlijke macht en het rechtssysteem bekritiseren. In elk geval zaken waarmee ik me als advocaat-stagiaire op dit moment nog niet echt bezig houd.
Waar houd ik me dan wel mee bezig? Tot diep in de nacht stukken voorbereiden voor compagnons, due diligence onderzoeken in zogenaamde "dark rooms" op verlaten industrieterreinen, op ieder moment van de dag - en nacht - checken of het rode lampje van mijn blackberry niet gaat branden? Gelukkig valt het allemaal reuze mee. Niet echt iets om over te mopperen. We hebben zelfs sinds kort "stoelmassages" op kantoor (heel netjes door de kleren heen).
Nog enigszins slaperig, zittend in de trein op weg naar kantoor schrik ik op van een man die verbaal tekeer gaat tegen conducteur. Jij @#§!*…, gisteren vertraging, eergisteren géén treinen door de sneeuw en nu #+§!*… een boete omdat ik per ongeluk een kaartje met korting heb vóór negen uur, §#|@****!! Tegen een conducteur kan je kennelijk alles zeggen. Mijn oog valt op De Pers die op mijn schoot ligt. In verschillende artikelen komt het onderwerp "vrijheid van meningsuiting" aan de orde. Kijkend naar de verbouwereerde conducteur komt de vraag bij mij op: "Hoever reikt eigenlijk de vrijheid van meningsuiting van een advocaat?".
Het zal velen van u niet zijn ontgaan dat het Europese Hof voor de rechten van de mens ("EHRM") op 30 november jl. wederom uitspraak heeft gedaan in een zaak waarin het ging om uitingen van een Nederlandse advocaat. De vraag die voorlag was – heel kort gezegd – of een advocaat een geheugentherapeut op de radio een "magiër" en "gevaarlijk" mocht noemen en mocht stellen dat deze therapeut zich beter kon gaan bezighouden met het verbouwen van kool. Het Hof van Discipline vond de uitlatingen van de advocaat onnodig grievend en gaf de advocaat een waarschuwing. Het EHRM oordeelt anders. Het Europese Hof geeft aan dat een advocaat zich in het openbaar waardig, discreet en eerlijk moet gedragen en overweegt vervolgens dat de advocaat in kwestie de uitlatingen in dit specifieke geval in het belang van zijn cliënt mocht doen ook al waren de uitlatingen gedaan buiten de rechtszaal. De uiteindelijke – overigens niet unanieme – conclusie van de EHRM is dat de beslissing van het Hof van Discipline strijdig is met artikel 10 EVRM.
De uitspraak van het EHRM in deze zaak is zeer toegespitst op het specifieke geval. Een echte nieuwe algemene regel lijkt er niet uit af te leiden. Wel wordt benadrukt, zoals het EHRM ook al in eerdere uitspraken terecht heeft gedaan, dat een advocaat in de "rechtszaal" een veel grotere vrijheid van meningsuiting heeft dan op "straat".
Gelet op de recente uitspraak van het EHRM lijkt een advocaat toch ook op "straat" (in dit geval op de radio) "gewaagde" uitspraken te mogen doen. Mijns inziens zal je daar dan wel goede redenen voor moeten hebben.
Ik stel mr. R.M. van Opstal (Van Diepen Van der Kroef Advocaten) peremptoir. Hij was de eerste advocaat uit het arrondissement tegen wie ik heb gepleit.
Marjolein Bronneman

MUTATIES BALIE
Beëdigingen:
Na beëdiging zijn de volgende advocaten en procureurs op het tableau van de Rechtbank alhier ingeschreven:
5 januari 2007
mr. B. van Beelen mr. Z. Benguedda mr. Y.M. Bérénos mr. D. Biever mr. H.J.J. Braam mr. E. Endler mr. R. Lesage mr. K.M.W.A. Nijburg mr. C.S. Schillemans mr. J.J.M. Sluijs mr. M.A. van der Veer mr. drs. J. de Visser mr. T.M. de Wilde
11 januari 2007
mr. M.H. de Borst mr. A.M. Buitenhuis mr. J.A.C. Donkersloot mr. M.A. Heeringa mr. L. Klap mr. M.W. Kuiper mr. drs. J.C.W. de Sauvage Nolting
25 januari 2007
mr. P. Feenstra mr. N. Harlequin mr. C. de Jong-Kwestro mr. N.P.J.M. Kreté-Marres mr. N.F. Oppedijk van Veen mr. A. Simsek
26 januari 2007
mr. S. Acimovic mr. F. Bahadin mr. M.L. Batting mr. P.M.M. Bergmans mr. S. Bergsma mr. J. Dijkgraaf mr. M.D. Gorissen mr. G.J. Huith mr. A.W.P. Marsman mr. J.A. Möhlmann mr. I. Oolgaard mr. M.N.B. Schilperoort mr. R. van den Sigtenhorst mr. A.L. Vytopil
8 februari 2007
mr. J.Y. Taekema mr. R.A. van Winden
22 februari 2007
mr. E.C. Astro mr. R.T. Bocxe mr. E.A. Goedhart mr. B.A.M. Schümmer mr. H-J. Weisfelt mr. A.I.V. van der Wel
23 februari 2007
mr. A.C. Bakker mr. K. Bingöl mr. A.M. Bouwes mr. M.B.A. de Bruijn mr. N. van Bunge mr. J.M.V. Dubelaar mr. M.S. Goeman mr. M.M.L. Goofers mr. G.J.J.A. van Haeften mr. E.L. Haentjens mr. L.B. Ham mr. J.E. van Hien-Brahim mr. P.C. Kaiser mr. S.M. Kooij mr. A.J.M. van Kooten mr. A. Kotan mr. K.Y. Kruisinga mr. L. van Leeuwen mr. W.J.B. Lok mr. J. van Loon mr. M.J.M.T. van Maarle mr. D.J.J. Maessen mr. L.M. Melenhorst mr. R. Mulder mr. C. Muntinghe-Leeffers mr. M.J.C.M. van der Poel mr. E.G. van de Pol mr. J.S. Procee mr. L. de Roode mr. K.N. Schreuders mr. M.S. Steen mr. J.C. van Strien mr. E.H.M. Swaneveld-Bakelaar mr. J.A. Terstegge mr. M.P.L. Tobé mr. A. van Tol mr. J.W.G. van der Wallen V.L.J. van Wersch mr. M.C. Wetting mr. M.D. de Wit mr. E. Yeniasci
|
TeekensKarstens Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn De Clercq GMW Bird & Bird De Brauw Blackstone Westbroek Scheer & Sanders De Brauw Blackstone Westbroek Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn GMW De Brauw Blackstone Westbroek Lucardie Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn
Wladimiroff & Waling Brink TeekensKarstens Krans & Van Hilten GMW Kuiper Gemeente Den Haag
SRK Rechtsbijstand Taekema Harlequin De Clercq Verhoeff Slingenberg Multi Corporation B.V. ABVA KABO FNV
De Brauw Blackstone Westbroek De Brauw Blackstone Westbroek Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn La Gro c.s. TeekensKarstens Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn De Brauw Blackstone Westbroek Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn De Brauw Blackstone Westbroek Wessel, Tideman & Sassen Schlicher De Brauw Blackstone Westbroek De Brauw Blackstone Westbroek De Brauw Blackstone Westbroek
Taekema Harlequin Westland Partners
Van Riessen Advocaten Rijnland Advocaten Solon Advocaten Rijnland Advocaten Advocatenkantoor Torenstraat 172 Kalkman & Dormeier
La Gro Gopal Duijsens Van der Kleij Zwijnenberg SRK Rechtsbijstand De Brauw Blackstone Westbroek VBKO Houthoff Buruma Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn SRK Rechtsbijstand Arnold & Siedsma SRK Rechtsbijstand Bird & Bird Kaiser Van Steijn De Brauw Blackstone Westbroek SRK Rechtsbijstand Tamer Advocaten De Ruijter de Wildt & De Vroom SRK Rechtsbijstand Groenendijk & Kloppenburg Ruig & Partners SRK Rechtsbijstand De Brauw Blackstone Westbroek Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn TeekensKarstens Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn De Brauw Blackstone Westbroek BarentsKrans Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn Muller & Van den Heuvel De Brauw Blackstone Westbroek De Clercq Gemeente Westland SRK Rechtsbijstand Steins Bisschop & Schepel SRK Rechtsbijstand SRK Rechtsbijstand Ten Hoopen Jonker Fresco Van Vliet & Elshof De Clercq De Groen & Van Lint Haagrecht
|
Uitgeschreven van het
tableau:
mr. F. Khalil mr. B. te Nijenhuis mr. J.A.Th. van den Berg mr. T.A.B.Y. Conijn mr. L.E. Fresco mr. F. Holstege mr. R. van 't Hullenaar mr. A.A.M. Jacobs mr. M.J. Ketelaars mr. R.C. Reitsma mr. L.A.H. van Scheijen mr. W.A.M. Steenbruggen mr. R. van Tricht mr. D. Duijvelshoff mr. A. Minderhoud-van Wijnen Jhr. mr. H.J.J. de Bosch Kemper mr. I. van Drongelen mr. E.L. Kok-van Welzen mr. D.J. Maassen mr. J.J.M. Paulussen mr. drs. A.A. Spoel mr. A.N.H.M. Spruit mr. D.P. van Strien mr. W.G.H. van de Wetering mr. G.H. Bekker mr. D.C. Coppens mr. J.M. Eelman mr. M.D. Siegfried mr. P. Vermeij mr. J.W. Wladimiroff-Nater mr. P.M. Keegstra mr. G. Ruardy mr. T.E. van Dijk mr. C.M. Leliveld mr. M. Bruinzeel Mr. J.H.A. Driessen mr. J.P.C. van Ruiven mr. ir. P.J.A. Prinsen mr. S. Clardij mr. O.C. van Angeren mr. B.B. de Bruijne mr. H.R. Lavies mr. drs L.N. Phoelich mr. J.L. van der Schrieck mr. F. Spijker mr. R. van Staden ten Brink mr. F.J.J. van Geel
|
1 december 2006 7 december 2006 8 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 11 december 2006 27 december 2006 31 december 2006 1 januari 2007 1 januari 2007 1 januari 2007 1 januari 2007 1 januari 2007 1 januari 2007 1 januari 2007 1 januari 2007 1 januari 2007 8 januari 2007 8 januari 2007 8 januari 2007 8 januari 2007 15 januari 2007 15 januari 2007 19 januari 2007 22 januari 2007 23 januari 2007 31 januari 2007 1 februari 2007 1 februari 2007 1 februari 2007 2 februari 2007 6 februari 2007 12 februari 2007 12 februari 2007 12 februari 2007 12 februari 2007 12 februari 2007 12 februari 2007 12 februari 2007 19 februari 2007
| 
SMOELENBOEK
Nieuw in "Aan de Orde" is het Smoelenboek. Wilt u een blik werpen op de nieuw beëdigde advocaten? Voorzover beschikbaar staan hun foto's in het smoelenboek. Klik
hier om naar het Smoelenboek te gaan!

EVENEMENTENLADDER
| Maart 2007 |
| 1 |
Jonge Balie-borrel |
| 1 en 2 |
pleitoefeningen |
| 14 |
cursus “Financiële aspecten van de echtscheiding” door mr. E.M.T. van Ruitenbeek-de Bekker en drs. S. Bekker |
| 15 |
gecombineerde zitting |
| 16 |
lezing "Het uitdijend auteursrecht” door mr. T. Cohen Jehoram |
| 22 |
raadsvergadering (+ uitreiking stageverklaringen) |
| 29 |
vergadering College van Afgevaardigden
|
| April 2007 |
| 18 |
raadsvergadering |
Alle data onder voorbehoud.

VAN DE JONGE BALIE
Beste collega’s en confrères, Amicae en Amici,
Terwijl de langverwachte sneeuw op de Oostenrijkse pistes nu eindelijk is gevallen en vele van onze collega’s en confrères van de gelegenheid gebruik maken om een weekje te ontsnappen aan alles wat te maken heeft met wetboeken, toga’s en verzoekschriften, wordt de Jonge Balie ondergesneeuwd door een lawine aan activiteiten.
Het jaar 2007 begon voor ons goed met een uitzonderlijk hoge opkomst bij de traditionele nieuwjaarsborrel op 4 januari jl. in café/restaurant Leopold op het Plein. Niet alleen vele stagiaires, maar ook onder meer leden van de Raad van Toezicht, de president van de rechtbank Den Haag en besturen van bevriende ‘buitenlandse’ balies mocht ik aldaar, al balancerend op een wankele barkruk, een zeer gelukkig nieuwjaar toewensen. Voor een kleine impressie van de borrel, alsmede van de aanwezigen, verwijs ik u graag naar het februari nummer van het juridische magazine ‘Meester’, waarin een aantal foto’s van de borrel gepubliceerd zijn.
Begin februari is het Jonge Balie bestuur op uitnodiging van de Jonge Balie Barcelona naar de Catalaanse hoofdstad afgereisd om het jaarlijkse ‘Festival de Saint Ramon de Penyafort’ bij te wonen. Samen met onze Belgische confraters genoten wij drie dagen lang van zon, palmbomen, tapa’s, Park Guell en de Sangrada Familia. Hoogtepunt van het festival was een galadiner midden in het voormalige Olympisch dorp voor circa 1.000 van de 18.000 (!) advocaten die in Barcelona werkzaam zijn. Toevallig werd onze vice-voorzitter Pieter van Deurzen tijdens het diner om middernacht jarig, dus temidden van de basketbalnetten, smokings, wijn en klimrekken vierden wij met confetti en toeters het begin van zijn nieuwe levensjaar.

v.l.n.r. het huidge Jonge Balie-bestuur: Ole Wittich, Machteld Verboom, Sophie van Engelen, Pieter van Deurzen, Irene Lansen en Caroline de Sitter
Weer terug in Nederland stond de eerste activiteit van de kersverse activiteitencommissie op het programma. Voor het eerst werd – in samenwerking met Van Lanschot Bankiers – een champagne proeverij georganiseerd in het statige kantoorpand van Van Lanschot op het Lange Voorhout. Voor deze activiteit was dusdanig veel interesse dat het maximale aantal deelnemers werd bereikt, en dat zien wij natuurlijk graag! Naast de champagne werden oesters en sushi geserveerd, hetgeen resulteerde in een zeer smakelijke en geslaagde avond.
Uit het voorgaande zult u wellicht concluderen dat de Jonge Balie zich vooral bezig houdt met lekker eten en drinken. Dit is echter niet helemaal juist. Op het moment dat ik dit stukje schrijf zijn er 90 stagiaires zich aan het voorbereiden op de pleitoefeningen. Een opleidingsonderdeel dat ieder jaar door de Jonge Balie wordt georganiseerd met behulp van de zeer gewaardeerde medewerking van een aantal ervaren advocaten die zich bereid hebben getoond om een casus op te stellen en/of om in de huid te kruipen van de rechter. De pleitoefeningen worden gehouden in de Vrij Metselaarsloge, dus als u benieuwd bent naar de vlammende betogen van de advocaten van de toekomst, aarzel dan niet om een kijkje te komen nemen! Hetzelfde geldt overigens voor de pleitwedstrijden die worden gehouden op 19 april a.s. en die zullen uitmaken wie van de 12 winnaars van de pleitoefeningen de felbegeerde Teldersbokaal in ontvangst mag nemen. De pleitwedstrijden vinden plaats in de grote zittingszaal van de Hoge Raad, dus komt dat zien!
Nog een evenement dat u niet mag missen is de gecombineerde zitting op donderdag 15 maart a.s. in Sociëteit de Witte. De gecombineerde zitting is dit jaar in een nieuw jasje gestoken. Er zal een interactief debat plaatsvinden onder leiding van prof. mr. Y Buruma. Hij neemt het voortouw in de discussie tussen mr. G.C.Haverkate en mr. dr. J.M. Sjöcrona. Onderwerp van het debat: "De mis(ver)standen tussen het OM en de advocatuur". Een onderwerp dat, gelet op de (ook maatschappelijke) actualiteit, beslist tot een ieders verbeelding zal spreken. Na afloop van de zitting is er borrel en diner, en traditioneel ook een optreden van het Jonge Balie Cabaret. Ik hoop dat ook dit jaar weer velen van u de bijeenkomst zullen bijwonen. U kunt zich opgeven via het formulier dat als bijlage aan het rondschrijven van februari en maart is gehecht.
Tot slot een korte vooruitblik naar de komende maanden, waarin onder meer de buitenlandse reis zal plaatsvinden! De buitenlandse reiscommissie heeft inmiddels bekend gemaakt dat we van 10 tot en met 13 mei 2007 met circa 50 advocaten een bezoek zullen brengen aan de stad van het Teatro alla Scala, de Haute-couture, en Paolo Maldini: Milaan! In de volgende editie van de ‘Aan de Orde’ zult u ongetwijfeld een verslag van deze reis aantreffen. Tot die tijd wens ik u alle goeds en graag tot ziens bij de gecombineerde zitting!
Namens het bestuur van de Jonge Balie bij de Hoge Raad der Nederlanden,
Machteld Verboom, voorzitter

|
|